Column Rien van Mechelen
Maatje
Gastcolumn door Rien van Mechelen,
huisarts te Dinteloord
Mei 2009
Zoals gebruikelijk op zaterdagmiddag komt Piet, in een overmaat aan kennelijke staat, op zijn fiets aanzeilen vanuit de kroeg. Deze keer neemt hij de bocht vanaf de dijk iets te ruim. De traumavisite laat een bloedneus, een forse jaap in zijn voorhoofd en een sleutelbeenfractuur zien. Op het moment dat ik de gedrogeerde in mijn auto wil laden om in de praktijk weer het een aan het ander te hechten komt zijn voetbalmaat Fred met een minstens gelijkwaardig promillage zigzaggend aanfietsen. Hij neemt de afdaling wél correct, ziet verkreukelde Piet, en gilt bulderend over zijn schouder: “Ja, je moet wel maat houden, hé maat!”
Iedere huisarts kent wel dit soort anekdotes van incidentele drinkerbroeders.
Steeds weer blijkt de maatvoering bij alcohol het grote struikelblok:
Hij heeft immers maar 1, 2, 3...,eh 4…, ja 4…, toch maar… 4 glazen gedronken.
Mijnheer O’Barrel, neemt zich voor om minder te gaan drinken. Dit na een consult waarbij vooral de chronische overmaat aan whisky wordt geduid als oorzaak van zijn lichamelijke klachten en de teloorgang van zijn geestelijke vermogens.
Na enkele weken meldt hij vol trots dat hij zijn whisky nu met twee keer zoveel water verdunt, zodat hij ‘gelukkig minder percenten’ binnenkrijgt. Helaas blijkt hij toch nog steeds hetzelfde aantal flessen per week te gebruiken. Ik krijg hem niet aan zijn verstand gebracht dat hij, alhoewel verdund, nog steeds evenveel drinkt. Zijn Korsakov belet hem klaarblijkelijk om zijn eigen consumptie goed te beoordelen. Of meet hij soms met twee maten?.
‘Ondermaat’ is een woord uit de visserij. ‘Overmaat’ past evenwel vaak bij alcoholgebruik.
De gevolgen van deze overmaat zie je als huisarts in een grote verscheidenheid aan je gepresenteerd. Het is evident: Overmaat schaadt!
Maar dan die goede ‘middenmaat’? Is die er wel? En hoe en door wie wordt die dan bepaald? Een hartversterkende positieve kant van matige alcoholconsumptie wordt bij herhaling afgezwakt door een negatieve kant met een toenemend risico op bepaalde vormen van kanker. Helaas zijn de conclusies van wetenschappelijk onderzoek nogal eens controversieel en vaak ook aanvechtbaar. Bijvoorbeeld door (te) brede selectiecriteria en/of een gebrek aan goede filtering van medebepalende vertroebelende risicofactoren.
Zo zal de constatering dat een bepaald ziektebeeld meer vóórkomt bij mensen die ‘langdurig twee of meer consumpties per dag gebruiken’ begrijpelijkerwijs een kritische reactie opleveren bij zowel de burger, als ook bij ‘deskundigen’.
Die twee glazen hebben immers ook een positief effect op hart- en vaten en de vermelde ziekte zal wel vooral optreden bij diegene uit de onderzoeksgroep die veel meer dan die twee glazen consumeren.
Verontrustende negatieve conclusies uit onderzoek hebben bovendien op de individuele patiënt niet altijd de bedoelde impact.
Kijk maar naar roken: er is geen enkel positief gezondheidseffect van roken bekend en wel een hele reeks van negatieve effecten. Er zijn stapels wetenschappelijke bewijsvoeringen en gezondheidsadviezen, maar… er wordt nog steeds gerookt.
Bij alcoholconsumptie zijn de negatieve berichten beduidend minder sterk en zullen eventuele waarschuwingen dan ook nog veel minder worden opgepikt.
Mooi ‘voer voor psychologen’ (wellicht een suggestie als volgend gastcolumnist?).
Mijnheer en mevrouw Content, beiden inmiddels boven de 90, bewonen nog zelfstandig een bovenhuis. Weliswaar hebben ze een elektrische traplift en gedurende 8 uur per week huishoudelijke hulp, maar verder zijn zij volledig zelfverzorgend. Als apotheekhoudend huisarts word ik financieel niet veel beter van dit echtpaar. Zelden wordt er een beroep op me gedaan, en er hoeft vrijwel nooit een medicament uit mijn toko te worden verstrekt.
In geestelijke zin zijn zij daarentegen zéker verrijkend.
Een visiteaanvraag, steevast in de late namiddag is meestal voor een vermeend ziektebeeld dat snel weggewuifd kan worden.
“Nou gelukkig maar, dus dan kan ik ook mijn maatje wel weer nemen, hè doc?”
Dagelijks gebruiken beide echtelieden voor de avondmaaltijd hun ‘maatje’ (1 glaasje) sherry.
Later, voor het slapen gaan, volgt nog een ‘nachtmaat’ rood. (“Maar dan wel goede wijn, hoor!”)
“Je drinkt er toch wel eentje met ons, hè? Je bent nu toch klaar met je visiteronde, en da’s goed voor je spijsvertering”, zegt mevrouw Content. Lachend voegt ze daar aan toe: “Ja, wij zijn twee ‘ouwe zuipers’, maar die zijn er immers meer dan ouwe dokters”.
Met plezier blijf ik onder het genot van een ‘maatje’ wat langer zitten, mede door de altijd zeer onderhoudende conversatie. Beiden zijn nog van alle maatschappelijke veranderingen op de hoogte en hebben hierover een gefundeerde mening.
Nee, ik bemerk zeker geen negatieve effecten van de dagelijkse matige alcoholconsumptie bij deze, geestelijk nog ‘jonge’, oudjes. Zij weten blijkbaar wel wat ‘de goede maat’ is!
Proost!



