volg ons op

Twitter Facebook LinkedIn Hyves

Stichting Alcohol Research

Postbus 10413
2501 HK Den Haag


info@alcoholengezondheid.nl


column Simon Rozendaal

Drinken: Ja!... Zuipen: Nee!

Gastcolumn door Simon Rozendaal

Juli 2008

Eigenlijk zouden geheelonthouders elke dag een tot twee glaasjes moeten drinken. Maar mag je dat met het oog op alcoholisten wel hardop zeggen?


Het drinken van een lichte hoeveelheid alcohol is gezond. Zo gezond zelfs dat geheelonthouders eigenlijk elke dag een tot twee glazen alcohol moeten drinken.
Zodra de overheid echter eerlijk vertelt dat een matige hoeveelheid alcohol gezond is, concluderen mensen die te veel drinken daaruit ten onrechte dat het wel meevalt met de risico’s van zuipen. En bovendien, krijg je geheelonthouders wel aan de drank? Nauwelijks, schrijft Martijn Katan, hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. De Voedingsraad – een gezelschap geleerden die de overheid adviseert over wetenschappelijk verantwoorde voeding – beveelt ‘matige consumptie van alcohol’ aan. Dat wordt gedefinieerd als een tot twee consumpties per dag. Naar aanleiding van dit advies stelt het medische tijdschrift twee opvattingen tegenover elkaar. Enerzijds die van Katan, die Nederlands meest gerenommeerde voedingsdeskundige is, en anderzijds die van drie Utrechtse epidemiologen.

Katan heeft twee argumenten tegen het promoten van alcohol als hartversterkertje. De eerste is dat je niet-drinkers heel moeilijk aan het drinken krijgt. Dat alcohol gezond is, heeft te maken met het hart en de bloedvaten. Welnu, Katans tweede argument is dat er in dat opzicht goede alternatieven zijn voor alcohol. ‘Het zou anders zijn als alcoholgebruik de enige manier was om hartinfarcten te voorkomen. Maar wij kennen genoeg leefstijlinterventies die het risico van hartinfarct verlagen: onverzadigde vetten verlagen de cholesterolconcentratie, minder natrium en kalium verlagen de bloeddruk en minder eten en meer bewegen verminderen de hoeveelheid buikvet. Verder beschikken wij over grondig geteste preventieve geneesmiddelen met weinig bijwerkingen.’

Tegenover Katan staan Joline Beulens, Michiel Bots en Diederick Grobbee, drie epidemiologen uit Utrecht. Zij hebben eveneens sterke argumenten, maar dan pro alcohol. In de eerste plaats voeren ze aan dat er een overstelpende hoeveelheid onderzoek is die aangeeft dat matig alcoholgebruik de risico’s op een hartinfarct met 20 tot 30 procent verlaagt.
Er zijn meer dan vijftig studies waarbij een groep mensen gedurende een aantal jaren wordt gevolgd. Uit al die onderzoeken komt keer op keer naar voren dat mensen die een beetje drinken minder hart- en vaatziekten hebben dan mensen die helemaal niet drinken.
Dat kan natuurlijk toeval zijn, maar de onderzoekers hebben goed gekeken naar zaken die roet in het eten gooien, zoals roken en ziekte, en daarvoor statistisch gecorrigeerd. Dan blijft het positieve effect van alcohol stevig overeind.

Er is bovendien een plausibele biologische verklaring waarom alcohol zo gezond is. Ruim veertig studies tonen immers aan, zo schrijven de drie epidemiologen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde , dat matige alcoholconsumptie de concentratie aan zogeheten HDL ( High Density Lipoproteine , het goede cholesterol) in het bloed verhoogt. Elke drie borrels die worden gedronken, doen het goede bloedcholesterol met ongeveer 0,1 mmol per liter bloed toenemen. Volgens de drie epidemiologen verklaart dit de helft van de bescherming die alcohol biedt tegen een hartinfarct. De andere helft komt waarschijnlijk van positieve effecten die alcohol heeft op de bloedstolling, de ontsteking van de vaatwand en op de gevoeligheid voor insuline.


De wetenschappelijke bewijzen pro alcohol zijn sterk. De drie epidemiologen: ‘Transvetzuren in de voeding worden gemeden en roken wordt afgeraden op basis van vergelijkbaar of minder oorzakelijk bewijs.’ Met andere woorden: de aanwijzingen dat matig alcoholgebruik gezond is, zijn ongeveer even sterk als de aanwijzingen dat roken ongezond is.
Waarom dan toch worden altijd maar weer die negatieve aspecten van alcohol benadrukt? Dat het meer kapot maakt dan u lief is, de verkeersongelukken, de grotere kans op kanker. Allemaal waar natuurlijk, maar de voorlichting zou evenwichtiger en eerlijker worden als daarbij tevens wordt verteld dat een beetje alcohol het hart en de bloedvaten beschermt.


Beulens, Bots en Grobbee komen vervolgens met een interessante redenering. De angst dat een positief alcoholadvies tot bovenmatig alcoholgebruik leidt, geldt vooral jongeren. Daarvan is bekend dat die veel te veel zuipen. Bovendien hebben juist zij weinig baat bij de positieve effecten van alcohol. Ze lopen immers weinig kans op hartaanvallen. Met andere woorden, er zou in de voorlichting over alcohol een duidelijk onderscheid moeten worden gemaakt. Niet alleen het verschil tussen drinken (gezond) en zuipen (ongezond) moet worden benadrukt, maar ook tussen jong en oud. Waar jongeren moeten worden afgeremd in hun bovenmatig alcoholgebruik, geldt voor ouderen nog steeds het bekende adagium dat ook weer door de drie Utrechtse epidemiologen wordt aangehaald: a glass a day keeps the doctor away .


Bron: Elsevier (4) 26.01.08 - www.elsevier.nl